ECLI:NL:HR:2005:AU5790
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ongeldige betekening appèldagvaarding
In deze strafzaak werd verdachte in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken, waarvan twee voorwaardelijk. Verdachte stelde in cassatie dat de appèldagvaarding niet persoonlijk aan hem was betekend, hetgeen essentieel is voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep.
De Hoge Raad onderzocht de handtekeningen op de akte van uitreiking van de appèldagvaarding en vergeleek deze met handtekeningen van verdachte op andere processtukken. De handtekening op de appèldagvaarding week af, waardoor aannemelijk werd dat de betekening niet persoonlijk had plaatsgevonden.
Omdat verdachte niet op de terechtzitting van het hof was verschenen en geen uitzonderingen van art. 432 Sv Pro van toepassing waren, verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep ontvankelijk. Het bestreden arrest werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor een nieuwe berechting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens ongeldige betekening van de appèldagvaarding en verklaart het cassatieberoep ontvankelijk.