ECLI:NL:HR:2005:AU6373
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot diefstal met braak en past strafduur aan wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot diefstal uit een bedrijfspand door middel van braak en inklimming. De tenlastelegging vermeldde dat verdachte een telefoonlijnkabel had opgegraven en door/kapot geknipt, maar het hof corrigeerde dit naar 'doorgezaagd' op grond van bewijsmateriaal.
De Hoge Raad oordeelt dat deze correctie geen grondslagverlating inhoudt, omdat het een kennelijke vergissing betreft die geen onduidelijkheid voor verdachte veroorzaakte en geen wezenlijke wijziging in de feitelijke omschrijving van het feit teweegbracht. De bewezenverklaring blijft daarmee rechtsgeldig.
Verder constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De opgelegde gevangenisstraf wordt daarom verminderd tot 26 maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen en de rest van het arrest blijft in stand.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 26 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, overige veroordeling blijft in stand.