ECLI:NL:PHR:2007:BA5639
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bedrijfsmatig verschaffen van illegaal verblijf en overtreding bouwverordening
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens het uit winstbejag behulpzaam zijn aan personen die wederrechtelijk in Nederland verbleven, door het tegen betaling verhuren van kamers en woonruimte aan meerdere adressen. Tevens werd hij veroordeeld voor het zonder gebruiksvergunning bedrijfsmatig verschaffen van woon- en nachtverblijf aan meer dan vier personen per bouwwerk, in strijd met de Bouwverordening van de gemeente 's-Gravenhage.
De verdediging voerde onder meer aan dat er geen sprake was van bedrijfsmatige verhuur omdat de panden slechts van juni tot en met december werden verhuurd. Dit zogenoemde dakdekkerverweer werd door het Hof in het midden gelaten, maar de Hoge Raad oordeelde dat het Hof dit verweer had moeten beoordelen. Desondanks werd het verweer verworpen omdat de duur van de verhuur niet relevant is voor de kwalificatie als bedrijfsmatig volgens de Bouwverordening.
In cassatie werd verder geklaagd over het niet beslissen op alle tenlastegelegde alternatieven en over de motivering van de bewezenverklaring. Deze klachten werden verworpen. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden, waardoor de straf verminderd moest worden. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor wat betreft de strafoplegging en matigde de straf naar de gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep in cassatie voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.