ECLI:NL:GHARN:2012:BY3249
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.F.A. van Huijgevoort
- A.J.H. van Suilen
- M.J. Peters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onterechte vrijval herinvesteringsreserve in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, moedermaatschappij in een fiscale eenheid, had een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd na verkoop van onroerende zaken door haar dochtermaatschappij D. De Inspecteur stelde dat de HIR ten onrechte was gevormd en dat deze vrij moest vallen vanwege een belangenwijziging en het ontbreken van een herinvesteringsvoornemen.
De rechtbank had de aanslag vennootschapsbelasting over 2004 verminderd en de Inspecteur ging in hoger beroep. Het Hof oordeelde dat het herinvesteringsvoornemen op het niveau van de fiscale eenheid bestond en dat het project waarvoor herinvestering plaatsvond binnen de gestelde termijn werd gerealiseerd. De Inspecteur slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het belang in D eerder was overgegaan dan de aankoop van het hotel, zodat de HIR niet vrijviel.
Het Hof verwierp het beroep op fraus legis omdat de duidelijke wettelijke volgorde in artikel 15e, lid 1, Wet Vpb niet werd miskend. De toepassing van de belangenwijziging en beleggingstoets op het niveau van de fiscale eenheid behoefde geen verdere behandeling. Tevens werd het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in procedure heropend. Het hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.