ECLI:NL:HR:2006:AV0050
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen verwijzing pachtzaak naar pachtkamer gerechtshof
Eiser exploiteert een landbouwbedrijf en had van de Gemeente land gepacht. In verband met woningbouw wilde de Gemeente de pacht beëindigen, waarna partijen een pachtbeëindigingsovereenkomst sloten waarbij de Gemeente een netto schadeloosstelling van ƒ 550.000,- zou betalen. Eiser stelde dat de Gemeente ook de inkomstenbelasting over deze vergoeding moest vergoeden, wat leidde tot een geschil over de betaling van een aanvullend bedrag.
De rechtbank wees de vordering van eiser af, waarna eiser hoger beroep instelde bij het hof Leeuwarden. Dit hof verklaarde zich echter onbevoegd en verwees de zaak naar de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem. Eiser stelde hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat de verwijzing naar de pachtkamer een verwijzing naar een rechter van gelijke rang betreft, waartegen geen hogere voorziening openstaat. Ook bevestigde de Hoge Raad dat de procedure na verwijzing wordt voortgezet bij de pachtkamer en dat eiser niet alsnog niet-ontvankelijk kan worden verklaard wegens termijnoverschrijding. Daarom verklaarde de Hoge Raad eiser niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep en veroordeelde hem in de kosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep tegen de verwijzing naar de pachtkamer van het gerechtshof.