ECLI:NL:HR:2006:AV0655
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Toekenning gezamenlijk gezag aan ongehuwde ouders en recht op toegang tot de rechter
In deze zaak staat centraal de vraag of de regel in art. 1:252 BW Pro, die bepaalt dat gezamenlijk gezag over een kind van ongehuwde ouders alleen op gezamenlijk verzoek kan worden toegekend, een ongeoorloofde beperking vormt van het recht van de vader op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in art. 6 lid 1 EVRM Pro en zijn recht op uitoefening van ouderlijke macht zoals bedoeld in art. 8 lid 1 EVRM Pro.
De vader had bij de rechtbank Utrecht verzocht om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige zoon, maar het hof Amsterdam verklaarde hem niet-ontvankelijk in dit verzoek. De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest van 27 mei 2005, waarin werd geoordeeld dat de vader ook zelfstandig gezamenlijk gezag kan verzoeken en dat de moeder het gezag dan voortaan gezamenlijk met de vader uitoefent.
De Hoge Raad ziet geen reden om van dit eerdere oordeel terug te komen en vernietigt daarom de beschikking van het hof Amsterdam. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Hiermee wordt bevestigd dat de vader niet onterecht in zijn recht op toegang tot de rechter en uitoefening van ouderlijke macht mag worden beperkt.
De beslissing is genomen door de vice-president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Bakels op 28 april 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling van het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag.