ECLI:NL:HR:2006:AV2378
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen moord
In deze zaak werd verdachte in hoger beroep door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank vernietigde.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid, tweede volzin Sv, had verzuimd om in het bijzonder de redenen te geven voor het afwijken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat tijdens de terechtzitting was ingenomen. Dit betrof een pleitnota waarin werd betwist dat de gebruikte bewijsmiddelen, waaronder een afgeluisterd gesprek, betrekking hadden op de slachtoffers.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het onderdeel van de pleitnota terecht niet als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt had opgevat en dat dit oordeel niet onbegrijpelijk of onjuist was. De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering. De Hoge Raad vond geen reden om het arrest ambtshalve te vernietigen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd met een straf van achttien jaar gevangenisstraf.