ECLI:NL:HR:2006:AV2923
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en kwijtschelding naheffingsaanslag loonbelasting wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over 1997, inclusief een verhoging van 100%, waarvan 50% werd kwijtgescholden. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het hof verminderde de verhoging tot €1867. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat de Staatssecretaris bevoegd was het verweerschrift in cassatie in te dienen, ondanks betwisting door belanghebbende. Vervolgens stelde de Hoge Raad vast dat de behandeling van de zaak, van de 'charge' in januari 2002 tot het hofarrest in februari 2005, ruim drie jaar duurde, wat de redelijke termijn overschreed zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Omdat geen bijzondere omstandigheden de lange duur rechtvaardigden, vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het het kwijtscheldingsbesluit betrof en schold de verhoging kwijt tot een bedrag van ƒ 3898 (€1768). Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en de zaak zelf afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en scheldt een deel van de naheffingsaanslag kwijt wegens overschrijding van de redelijke termijn.