ECLI:NL:PHR:2006:AW2181
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing eindheffingsregeling en anoniementarief bij naheffing loonbelasting
Belanghebbende, een vennootschap die Poolse werknemers in dienst had, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonbelasting en een boete wegens te weinig ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen. De kern van het geschil betrof de vraag of het eindheffingsregime van artikel 31 Wet Pro op de loonbelasting 1964 ook van toepassing is wanneer wel loonbelasting is ingehouden, maar niet volledig is afgedragen, en of het anoniementarief terecht is toegepast.
Het Hof oordeelde dat de Polen in dienstbetrekking waren en dat brutolonen waren overeengekomen, waarbij bedragen werden achtergehouden om aan de fiscus te worden afgedragen. Het Hof stelde dat het eindheffingsregime niet van toepassing was bij inhouding, ook al was die te laag, en dat het anoniementarief terecht was toegepast. Tevens werd de opgelegde boete als passend en niet disproportioneel beoordeeld.
De Hoge Raad concludeert dat het eindheffingsregime ook geldt bij te weinig ingehouden loonbelasting, tenzij de inhoudingsplichtige tijdig verzoekt om een individuele naheffingsaanslag of de inspecteur een beschikking afgeeft. Het anoniementarief van 52% is van toepassing op anonieme werknemers, ongeacht of zij premieplichtig zijn, en de inhoudingsplichtige heeft geen keuze hierin. De zaak wordt verwezen naar een ander hof voor nadere beoordeling van de mogelijkheid tot verhaal van de te weinig ingehouden belasting.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van de eindheffingsregeling en bevestigt het anoniementarief als sanctie tegen niet-naleving van identificatieverplichtingen, met belangrijke gevolgen voor werkgevers die anonieme of illegale werknemers in dienst hebben.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van de Staatssecretaris gegrond en verwijst de zaak naar een ander hof voor nadere beoordeling, waarbij het anoniementarief en het eindheffingsregime worden bevestigd.