ECLI:NL:HR:2006:AY3639
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over periodieke trustuitkering als tegenwaarde prestatie
Belanghebbende ontving in 1996 een periodieke uitkering uit een trust die was ingesteld bij testament van haar overleden echtgenoot. De Inspecteur had deze uitkering als belastbaar inkomen aangemerkt, wat het hof bevestigde door te oordelen dat de uitkering niet de tegenwaarde van een prestatie vormde, maar viel onder een andere wetsbepaling.
De Hoge Raad stelt dat de vraag of een periodieke uitkering de tegenwaarde voor een prestatie vormt, moet worden beoordeeld vanuit de positie van de schuldenaar van de uitkering. In dit geval is het onderbrengen van vermogen in de trust aan te merken als de prestatie waardoor de verplichting tot uitkering is ontstaan.
Daarom is het oordeel van het hof onjuist en wordt het arrest vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.