ECLI:NL:HR:2007:AY5991
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Inkomsten uit trust behoren tot box 3 en niet tot box 1 voor de inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een aanslag opgelegd op basis van een belastbaar inkomen uit werk en woning van €203.420 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €12.871. Na bezwaar werd de aanslag gehandhaafd, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en herverdeelde het inkomen naar €13.152 in box 1 en €109.672 in box 3.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de fiscale kwalificatie van de inkomsten die belanghebbende ontving uit een trust die was ingesteld na het overlijden van zijn echtgenote. De Hoge Raad bevestigde dat de inkomsten uit de trust niet als periodieke uitkeringen in box 1 konden worden aangemerkt omdat deze uitkeringen de tegenwaarde van een prestatie vormden.
Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende als rechtstreeks rechthebbende moest worden beschouwd en dat de inkomsten daarom tot box 3 behoren. De Hoge Raad volgde dit oordeel en verklaarde het beroep van de Staatssecretaris ongegrond. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris van Financiën in cassatie is ongegrond verklaard en de inkomsten uit de trust worden belast in box 3.