ECLI:NL:HR:1999:AA1485
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Jansen
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Kop
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieverplichting na langdurige duur volgens Wet limitering na scheiding
De man verzocht op grond van de Wet limitering na scheiding om beëindiging van zijn alimentatieverplichting jegens de vrouw, die volgens hem langer dan 15 jaar had geduurd. De rechtbank wees dit verzoek toe, maar het hof vernietigde deze beslissing en wees het verzoek af omdat de alimentatieverplichting volgens het hof pas vanaf de ontbinding van het huwelijk in 1987 liep, waardoor niet aan de 15-jaar termijn was voldaan.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd trad door te oordelen over de duur van de alimentatieplicht terwijl de vrouw dit niet had bestreden. De Hoge Raad stelde vast dat de periode van scheiding van tafel en bed ook moet worden meegeteld bij de berekening van de duur van de alimentatieverplichting.
De zaak werd vernietigd en verwezen naar het hof te Arnhem voor verdere behandeling, waarbij de grieven van de vrouw over de redelijkheid van beëindiging van de alimentatieverplichting alsnog moeten worden onderzocht. De uitspraak benadrukt de overgangsregeling in de Wet limitering na scheiding en de belangenafweging tussen langdurige alimentatieplicht en redelijkheid en billijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van de redelijkheid van beëindiging van de alimentatieverplichting.