ECLI:NL:HR:2006:AZ3287
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens gebruik valse naam door verdachte
In deze strafzaak heeft het hof verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat verdachte zich niet onder zijn ware naam had gemeld. De verdachte had het beroep ingesteld onder een valse naam, waardoor het hof hem als anonymus aanwees. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie dat een rechtsmiddel alleen kan worden aangewend onder de ware persoonsgegevens van de verdachte.
De zaak betreft een veroordeling door de rechtbank Amsterdam tot vier jaar gevangenisstraf wegens diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door twee of meer verenigde personen op de openbare weg. Verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd.
De Hoge Raad benadrukt dat het gebruik van een valse naam bij het instellen van een rechtsmiddel niet is toegestaan en dat de verdachte daardoor niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. Dit arrest bevestigt de noodzaak van correcte persoonsidentificatie bij het aanwenden van rechtsmiddelen in strafzaken.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het gebruik van een valse naam.