ECLI:NL:HR:2007:AZ3305
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontoereikende motivering bij profijtontneming medeplegen en medeplichtigheid
De Hoge Raad heeft op 16 januari 2007 het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch vernietigd in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had de betrokkene en zijn mededader gezamenlijk verplicht tot betaling van een bedrag van € 937.174,35, zonder voldoende motivering van de verdeling van het voordeel met de medeplichtige. Volgens de Hoge Raad is het niet toegestaan het gehele voordeel zonder nadere motivering aan de twee (mede)plegers toe te rekenen wanneer de rol van de medeplichtige onbekend is.
De Hoge Raad verwijst daarbij naar eerdere jurisprudentie (HR NJ 2006, 63) en de conclusie van de Advocaat-Generaal, die een verdeling in drieën voorstond. Tevens is vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, wat de rechter bij hernieuwde berechting dient mee te wegen.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het beroep, waarbij rekening gehouden moet worden met de juiste toerekening van het voordeel en de termijnoverschrijding. De Hoge Raad acht bespreking van andere middelen niet nodig en bevestigt de vernietiging en terugwijzing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting met correcte motivering van toerekening van wederrechtelijk verkregen voordeel.