ECLI:NL:HR:2007:AZ3558
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewezenverklaring medeplegen afpersing wegens onvoldoende motivering
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor twee feiten: een gewapende overval op 17 december 2003 te Veldhoven en een gewapende overval op 8 oktober 2003 te Utrecht, waarbij afpersing en diefstal met geweld werden gepleegd. Het hof baseerde de bewezenverklaring van het eerste feit op een bekentenis en diverse getuigenverklaringen, en het tweede feit op frequent telefooncontact tussen verdachte en een medeverdachte voorafgaand aan de overval, alsmede overeenkomsten in de modus operandi.
De verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring van het tweede feit onvoldoende was gemotiveerd en niet kon volgen uit de bewijsmiddelen. De Hoge Raad oordeelde dat de door het hof aangevoerde omstandigheden, zoals het frequent telefooncontact op een ongebruikelijk tijdstip en de gelijkenis in de werkwijze, onvoldoende waren om de betrokkenheid van verdachte bij het tweede feit zonder meer aan te nemen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het betrekking had op het tweede feit en de opgelegde straf, en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van dat onderdeel. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 23 januari 2007.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het tweede feit wegens onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.