ECLI:NL:HR:2007:AZ4713
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot horen van getuigen na schorsing onderzoek ter terechtzitting
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld voor het rijden zonder geldig rijbewijs en zonder verzekering. Tijdens het hoger beroep werd het onderzoek ter terechtzitting aangevangen en vervolgens geschorst. Na aanvang van de terechtzitting werd een verzoek ingediend om meerdere getuigen te horen, waaronder verbalisanten en een betrokkene, ter ondersteuning van de stelling van de verdachte dat zij niet de bestuurder was.
Het hof wees het verzoek af met de motivering dat het te laat was ingediend en onvoldoende was onderbouwd. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf toepaste door te toetsen aan de noodzakelijkheid van het horen van getuigen volgens artikel 315 lid 1 Sv Pro, maar dat de motivering van het hof onvoldoende en onbegrijpelijk is. De brief van de raadsman die het verzoek onderbouwde, werd niet adequaat meegewogen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting waarbij het verzoek tot het horen van getuigen opnieuw beoordeeld moet worden met een deugdelijke motivering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting met een nieuwe beoordeling van het getuigenverzoek.