ECLI:NL:HR:2007:AZ5707
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onvoldoende motivering feitelijk overwicht bij seksuele dwang
De verdachte werd door het hof in hoger beroep veroordeeld voor meermalige verkrachting van zijn kleinkind, waarbij het hof aannam dat hij door feitelijk overwicht, voortvloeiend uit het leeftijdsverschil en de opa-kleinkindrelatie, het slachtoffer tot seksuele handelingen had gedwongen.
De bewezenverklaring berustte op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en de verdachte zelf, waarin gedetailleerd werd beschreven hoe de verdachte het slachtoffer seksueel had misbruikt. De verdachte bekende gedeeltelijk de feiten.
De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de vaststellingen van het hof niet zonder meer volgt dat het slachtoffer door een door de verdachte opgeroepen bedreigende situatie tot de seksuele handelingen werd gedwongen. De motivering van het hof was onvoldoende om het element van dwang door feitelijkheid te onderbouwen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep op basis van de bestaande stukken.
De strafrechtelijke procedure blijft daarmee open, en het hof dient nader te motiveren of het feitelijk overwicht daadwerkelijk heeft geleid tot dwang tot seksuele handelingen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering dwang door feitelijkheid en verwijst zaak terug voor hernieuwde behandeling.