ECLI:NL:PHR:2009:BH5725
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens ontoereikende bewijsmotivering dwang bij feitelijke aanranding
In deze zaak stond verdachte terecht voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid, waarbij hij het slachtoffer, een minderjarige vertrouwenspersoon, zou hebben gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen. Het hof had verdachte veroordeeld op grond van art. 246 Sr Pro en legde een werkstraf op.
Het slachtoffer verklaarde dat zij verdachte vertrouwde en dat verdachte tijdens een massage haar kleding uittrok en seksuele handelingen verrichtte, ondanks haar verzoeken om te stoppen. Verdachte erkende de handelingen, maar stelde dat er geen sprake was van dwang.
De Hoge Raad oordeelde dat voor dwang vereist is dat verdachte opzettelijk een situatie heeft veroorzaakt waarin het slachtoffer zich niet kon verzetten tegen de seksuele handelingen. Hoewel het slachtoffer duidelijk maakte dat zij niet wilde, blijkt uit de bewijsmiddelen niet dat zij zich niet kon verzetten of dat de situatie zodanig was dat dwang aannemelijk is. De klacht over onvoldoende bewijsmotivering slaagt, waardoor het arrest wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De veroordeling wegens feitelijke aanranding wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van dwang.