ECLI:NL:HR:2007:AZ8041
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over naheffingsaanslag dividendbelasting wegens vermomd dividend
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag dividendbelasting opgelegd van €453.780 en een boete van €226.890. Na bezwaar werden deze bedragen door de Inspecteur verminderd tot respectievelijk €240.236 en €120.118. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond voor de naheffingsaanslag en gegrond voor de boete, waarbij de boete werd verminderd tot €45.000.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. Een belangrijk discussiepunt was het bewijsaanbod om een getuige te horen over berekeningen van waarderingen, dat het Hof had gepasseerd omdat de getuige bestuurder zou zijn geweest, wat onjuist bleek. Desondanks oordeelde het Hof dat het bewijsaanbod niet nodig was omdat het aannemelijk was dat de berekeningen waren gemaakt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof voor wat betreft de naheffingsaanslag en stelde vast dat het voordeel van €2.500.000 dat door de dochtermaatschappij werd genoten, als een vermomd dividend moest worden beschouwd. De belastingheffing mocht echter niet hoger zijn dan 15% van het bruto dividendbedrag volgens het belastingverdrag Nederland-België. De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot €200.196,94. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag dividendbelasting wordt verminderd tot €200.196,94 en de Minister van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten.