ECLI:NL:HR:2007:AZ8411
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over onrechtmatige DNA-afname en onrechtmatige inverzekeringstelling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd vrijgesproken van meerdere feiten en veroordeeld voor een diefstal met braak. Verdachte werd op 13 januari 2004 in verzekering gesteld, maar de rechter-commissaris oordeelde op 16 januari 2004 dat deze inverzekeringstelling onrechtmatig was vanwege onvoldoende verdenking. Op 15 januari 2004 gaf de officier van justitie een bevel tot afname van wangslijm voor DNA-onderzoek, ondanks dat verdachte dit vrijwillig weigerde.
Het hof stelde vast dat het OM geen hoger beroep had ingesteld tegen de afwijzing van de inbewaringstelling en concludeerde dat er geen ernstige bezwaren waren voor het bevel tot DNA-afname. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof had moeten onderzoeken of ten tijde van het bevel sprake was van ernstige bezwaren, los van het oordeel van de rechter-commissaris over de inverzekeringstelling. Omdat het OM geen beroep instelde, moest het uitgaan van de onrechtmatigheid van de inverzekeringstelling en dus ook het bevel tot DNA-afname.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. De onrechtmatig verkregen DNA-resultaten moeten worden uitgesloten van bewijs. De uitspraak benadrukt het belang van een zelfstandige toetsing door het hof en dat het OM niet gebonden is aan beslissingen over inverzekeringstelling bij de uitvoering van DNA-bevelen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling vanwege onrechtmatige DNA-afname.