ECLI:NL:HR:2007:BA1519
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering uit ongerechtvaardigde verrijking na ontbinding bouwovereenkomst woonhuis
In deze zaak stond een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking centraal na ontbinding van een overeenkomst tot ontwerpen en bouwen van een woonhuis dat niet was afgebouwd. Eiseres had bouwkundige kosten gemaakt en stelde dat verweerder verrijkt was doordat hij slechts een deel van de aanneemsom had betaald, terwijl de waarde van het onafgebouwde huis hoger was.
De rechtbank kende eiseres een deel van de gevorderde vergoeding toe, maar het hof vernietigde dit oordeel en wees de vordering af. Het hof overwoog dat verweerder de overeenkomst met de oorspronkelijke contractpartij had gesloten en dat de bouw was stilgelegd door omstandigheden buiten zijn schuld. Bovendien had verweerder het huis door een derde laten afbouwen tegen hogere kosten dan de aanneemsom.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat geen sprake was van ongerechtvaardigde verrijking jegens verweerder. Voor een vordering op grond van indirecte verrijking is slechts ruimte tot het positieve saldo van de aanneemsom minus reeds betaalde bedragen en kosten voor voltooiing. Omdat deze kosten hoger waren dan de aanneemsom, was er geen positief saldo. Het beroep van eiseres werd verworpen en zij werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt verworpen en de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking wordt afgewezen.