ECLI:NL:HR:2007:BA9462
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending sollicitatie- en informatieplicht
De zaak betreft de tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 van Pro de Faillissementswet (FW) wegens schending door de schuldenaar van haar sollicitatieplicht en informatieplicht. De rechtbank Utrecht had op 15 maart 2005 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken en een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd.
De bewindvoerder verzocht de rechtbank om de regeling tussentijds te beëindigen. Na behandeling op 23 oktober 2006 besloot de rechtbank op 30 oktober 2006 tot beëindiging van de regeling. De schuldenaar stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank op 21 december 2006 bekrachtigde.
Tegen dit arrest stelde de schuldenaar beroep in cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving van de verplichtingen door de schuldenaar.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens schending van verplichtingen door de schuldenaar.