ECLI:NL:HR:2007:BB3679
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie wegens onvoldoende motivering middel faillissementsvonnis
De Ontvanger van de Belastingdienst heeft bij de rechtbank 's-Gravenhage verzocht om HAG in staat van faillissement te verklaren. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen bij vonnis van 21 februari 2007. HAG stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis bij arrest van 24 april 2007 bekrachtigde.
HAG stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel niet voldoet aan de vereisten die aan een middel in cassatie worden gesteld, met name het kenbaarheidsvereiste dat de verweerder en de cassatierechter moeten kunnen begrijpen waarop de verzoekster haar rechtsklacht baseert.
Het middel klaagt onder meer dat de Ontvanger niet bevoegd was het faillissement aan te vragen, maar maakt niet kenbaar waarom de Leidraad Invordering 1990 zou zijn geschonden. Daarom verklaart de Hoge Raad HAG niet-ontvankelijk in haar beroep en veroordeelt haar in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: HAG wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep en veroordeeld in de proceskosten.