ECLI:NL:HR:2007:BB3771

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/109HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt faillissement na geschil over betalingsonmacht VOF

In deze zaak staat centraal of een vennootschap onder firma (VOF) verkeert in de toestand van het ophouden met betalen, hetgeen een grond is voor faillietverklaring volgens artikel 81 van Pro de Faillissementswet. Bencom S.R.L. had bij de rechtbank te Arnhem een verzoek ingediend om de VOF in staat van faillissement te verklaren. De rechtbank wees dit verzoek af, maar het gerechtshof te Arnhem vernietigde deze beschikking en verklaarde de VOF alsnog failliet.

De VOF stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bevestigd. Hiermee blijft de faillietverklaring van de VOF in stand. De uitspraak is gedaan door een kamer van vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Beukenhorst en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de faillietverklaring van de VOF.

Uitspraak

16 november 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/109HR
MK/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verzoekster 3],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
BENCOM S.R.L.,
gevestigd te Ponzano, Veneto, Italië,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Verzoekers zullen hierna in enkelvoud worden aangeduid als [verzoeker] en verweerster als Bencom.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift van 14 maart 2007 heeft Bencom zich gewend tot de rechtbank te Arnhem en verzocht [verzoeker] in staat van faillissement te verklaren.
[Verzoeker] heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 18 april 2007 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft Bencom hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 24 mei 2007 heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd, en opnieuw rechtdoende, [verzoeker] in staat van faillissement verklaard.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bencom heeft geen verweerschrift ingediend.
De zaak is voor [verzoeker] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 27 september 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 november 2007.