ECLI:NL:HR:2008:BC4808
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over toepassing bijzonder tarief pensioenuitkering
Belanghebbende ontving in 2000 een eenmalige uitkering van zijn pensioenfonds en verzocht om belastingheffing tegen het bijzondere tarief van 45%. De Inspecteur wees dit verzoek af. Het hof oordeelde dat de Inspecteur in strijd met het gelijkheidsbeginsel had gehandeld door in vergelijkbare gevallen het bijzondere tarief niet consequent toe te passen en legde belanghebbende het bijzondere tarief op.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, omdat het afschrift van het arrest abusievelijk pas later aan de Belastingdienst was toegezonden, waardoor de cassatietermijn pas later begon te lopen.
Inhoudelijk stelde de Hoge Raad vast dat het hof een onjuiste maatstaf had gehanteerd bij het bepalen van de groep van gelijke gevallen. De toepassing van het bijzondere tarief is niet afhankelijk van een verzoek van de belastingplichtige, en de meerderheidsregel moet worden toegepast op de juiste groep gevallen waarin het tarief voordeliger was. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
De Hoge Raad wees tevens proceskostenveroordeling af en liet de vergoeding van kosten voor het hof aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.