ECLI:NL:HR:2008:BC5116
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende nieuwe feiten bij poging zware mishandeling
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en verzocht om herziening van dit vonnis. Bij de herzieningsaanvraag werd een verklaring van het slachtoffer overgelegd waarin deze terugkwam op zijn eerdere belastende verklaringen. De Hoge Raad stelt dat de aanvrager aannemelijk moet maken waarom de getuige zijn eerdere verklaring intrekt.
De Hoge Raad beoordeelde de reden die het slachtoffer gaf voor het intrekken van zijn verklaring en oordeelde dat deze onvoldoende grond biedt om aan te nemen dat de eerdere verklaringen onjuist waren. Tevens verduidelijkt de Hoge Raad dat een minder zware straf niet hetzelfde is als een minder zware strafbepaling in de zin van art. 457 Sv Pro.
Daarom concludeert de Hoge Raad dat het nieuwe bewijs geen ernstig vermoeden van onrechtmatigheid oplevert dat tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of niet-ontvankelijkheid had kunnen leiden. De herzieningsaanvraag wordt dan ook afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende aannemelijkheid van onjuistheid van eerdere verklaringen.