ECLI:NL:HR:2008:BC5957
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling schuldheling wegens onvoldoende bewijs vermoeden gestolen goed
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor schuldheling van een damesfiets, merk Locomotief, die op 12 december 2005 in Amsterdam werd voorhanden gehad. Het hof baseerde de bewezenverklaring op verklaringen van de eigenaar, politieambtenaren en de verdachte zelf, die verklaarde de fiets te hebben geleend van een onbekende zonder nadere vragen te stellen over de herkomst.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de fiets door misdrijf was verkregen. De verklaring van verdachte dat hij de fiets had geleend wordt door andere verklaringen niet ondersteund en het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom verdachte schuld treft aan het vermoeden van heling.
Daarom is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed en wordt het arrest vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing over het ten laste gelegde. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een deugdelijke bewijsvoering bij schuldheling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van het vermoeden van schuldheling.