ECLI:NL:PHR:2008:BD7259
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs voor opzet bij medeplegen opzetheling motorfiets
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld wegens medeplegen van opzetheling van een gestolen motorfiets. Het Hof had bewezen verklaard dat verdachte wist dat de motorfiets van misdrijf afkomstig was op het moment van het voorhanden hebben.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte reeds ten tijde van het verkrijgen van de motorfiets opzet had. Het bewijs van opzet ten tijde van verkrijging vereist een specifieke en gerichte motivering, die in deze zaak ontbrak. Het Hof had onder meer gebruik gemaakt van het feit dat verdachte bekend stond als lid van een groep jongeren die zich bezighoudt met diefstal, maar dit is volgens de Hoge Raad niet redengevend bewijs.
De Hoge Raad benadrukt dat het bewijsprobleem onvoldoende is onderkend en dat het beroep op recidive niet zonder meer tot bewijs kan leiden. Hierdoor is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De Hoge Raad vernietigt het arrest en zal een passende beslissing nemen op basis van art. 440 Sv Pro.
Uitkomst: Arrest Hof vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist dat motorfiets van misdrijf afkomstig was bij verkrijging.