ECLI:NL:HR:2008:BC9411
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Nietigheid arrest wegens ontbreken motivering afwijking standpunt bij ontneming wederrechtelijk voordeel
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 650.000,- aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het geschil betrof onder meer de vraag of een banktegoed bij de Kredietbank Luxemburg als vermogensbestanddeel mocht worden betrokken.
De verdediging had een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ingenomen dat de gelden op deze rekening niet uit criminele activiteiten afkomstig waren, maar uit legale textielhandel. Het Hof week af van dit standpunt zonder in de motivering specifiek te vermelden waarom, hetgeen in strijd is met artikel 359, tweede lid, Sv. Dit leidde tot nietigheid van het arrest.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden, hetgeen bij oplegging van de ontnemingsmaatregel in acht moet worden genomen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens niet-nakoming van de motiveringsplicht en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.