ECLI:NL:HR:2008:BD0434
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad houdt zaak aan over navorderingsaanslagen in afwachting prejudiciële uitspraak EU-recht
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1992 tot en met 1997 in de inkomsten- en vermogensbelasting. Na bezwaar handhaafde de inspecteur deze aanslagen, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Een van de klachten betrof de schending van artikel 7:5, lid 1, Awb, omdat bij het horen in de bezwaarfase niet aan het vereiste van onafhankelijke hoorzitting was voldaan. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht niet tot cassatie kon leiden omdat belanghebbende dit niet tijdig bij de feitenrechter had aangevoerd.
Andere klachten werden eveneens verworpen wegens gebrek aan belang of te late indiening. Ambtshalve overwoog de Hoge Raad dat de zaak wordt aangehouden in afwachting van een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie over de navorderingstermijn uit artikel 16, lid 4, AWR en de verenigbaarheid daarvan met het EG-recht.
De Hoge Raad schorst het geding en houdt verdere beslissing aan totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan over de prejudiciële vragen.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt het geding aan in afwachting van prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie over de navorderingstermijn.