ECLI:NL:HR:2008:BD3704
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige zoon, die sinds 2004 onder toezicht staat en in een pleeggezin verblijft. De kinderrechter verlengde de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing meerdere malen tot februari 2008. De moeder stelde hoger beroep in tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing vanaf 25 maart 2007. Het hof vernietigde deze verlenging voor de periode vanaf 6 februari 2008 en wees het verzoek af.
Bureau Jeugdzorg en de pleegouders stelden cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat de periode waarvoor de machtiging was verleend inmiddels is verstreken, waardoor geen belang meer bestaat bij het beroep. De Hoge Raad bevestigde de maatstaf dat verlenging van uithuisplaatsing alleen is toegestaan indien de ouders ongeschikt of onmachtig zijn het kind te verzorgen en opvoeden, en terugplaatsing een ernstige bedreiging vormt voor het kind.
Het hof had geoordeeld dat de ouders voldoende zorg kunnen bieden en dat de belangen van het kind met de lopende ondertoezichtstelling voldoende worden beschermd. Tevens overwoog de Hoge Raad dat het niet verplicht is pleegouders te horen, maar dat het wel wenselijk kan zijn. De beslissing van het hof is feitelijk en kan in cassatie niet worden herzien. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens verstreken machtigingstermijn.