ECLI:NL:HR:2009:BI4940
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst herzieningsverzoek af in zaak meervoudige verkrachting zuster
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een onherroepelijk vonnis van de Rechtbank Rotterdam uit 2001, waarbij de aanvrager is veroordeeld voor meermalige verkrachting van zijn zuster. Het hof had eerder een gerechtelijk vooronderzoek gelast naar mogelijke valse aangiften en onregelmatigheden in het bewijs, maar besloot in 2007 tot niet vervolging wegens onvoldoende bewijs.
In het herzieningsverzoek werd onder meer betoogd dat de bekentenissen van de aanvrager en de verklaringen van het slachtoffer onjuist waren, gesteund door rapporten van deskundigen die ernstige tekortkomingen in het politieonderzoek en verhoormethoden aanstippen. Deze rapporten stelden dat de aangiftes mogelijk vals waren en dat de verdachten onder druk valse bekentenissen hadden afgelegd.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de aangevoerde nieuwe feiten en deskundigenrapporten geen novum vormden, omdat zij niet gebaseerd waren op feiten die de rechtbank niet kende of had kunnen kennen. De rechtbank had reeds rekening gehouden met de persoonlijkheidsproblematiek van de aanvrager en diens verminderde toerekeningsvatbaarheid. Het verzoek tot herziening werd daarom als ongegrond afgewezen.
De uitspraak onderstreept het hoge criterium voor herziening, waarbij alleen feiten die bij de oorspronkelijke berechting onbekend waren en die tot vrijspraak zouden hebben geleid, tot herziening kunnen leiden. De Hoge Raad bevestigt hiermee de eerdere veroordeling en de afwijzing van het verzoek tot herziening.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen en de veroordeling blijft in stand.