ECLI:NL:HR:2008:BE9104
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadeloosstelling bij vervroegde onteigening van bouwland en kwekerijgronden
In deze zaak staat de vaststelling van de schadeloosstelling centraal voor percelen bouwland en kwekerijgrond die vervroegd zijn onteigend door de Gemeente Oisterwijk. De gronden waren economisch eigendom van de zoon van de juridische eigenaren, die zelf geen zelfstandig recht op schadevergoeding heeft, maar wier schade via de juridische eigenaar wordt vergoed.
De rechtbank had de waarde van het onteigende vastgesteld op basis van agrarische waarde, inclusief de aanwezige beplanting, en verwierp de stelling dat de waarde als ruwe bouwgrond hoger zou zijn. Tevens werd geen vergoeding toegekend voor waardevermindering van het overblijvende, omdat de economische eigendom al bij de zoon lag en de bedrijfsgebouwen van de ouders niet in dezelfde onderneming werden geëxploiteerd.
In het incidentele cassatieberoep werd betwist dat bijkomende schadevergoeding aan de juridische eigenaar kon worden toegekend voor schade geleden door een besloten vennootschap waarin de economische eigenaar directeur en enig aandeelhouder is. De Hoge Raad oordeelde dat de economische eigenaar gelijkgesteld kan worden aan degene die zelf exploiteert en dat de bijkomende schade als onteigeningsgevolg aan de gemeenschap moet worden toegerekend.
De Hoge Raad verwierp zowel het principale als het incidentele cassatieberoep en bevestigde daarmee de schadeloosstelling en de toegepaste waarderingsmethode.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de schadeloosstelling en wijst het cassatieberoep af.