ECLI:NL:HR:2008:BF0237
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking eenhoofdig gezag na echtscheiding wegens onvoldoende motivering
De vader en moeder zijn in 2003 gehuwd en kregen samen een dochter. Na hun echtscheiding in 2006 verzocht de moeder om eenhoofdig gezag over de dochter toe te kennen, wat de rechtbank afwees. Het hof vernietigde deze afwijzing en kende het eenhoofdig gezag aan de moeder toe, mede vanwege communicatieproblemen en de angst van de moeder dat de vader het kind zou ontvoeren naar Turkije.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende feiten had vastgesteld om het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen. Het hof had niet duidelijk gemaakt dat de onrust bij het kind daadwerkelijk tot problemen leidde en had onvoldoende onderbouwing gegeven voor het oordeel dat de vader de problemen onvoldoende onderkende. De Hoge Raad benadrukte dat het uitgangspunt is dat na echtscheiding het gezag gezamenlijk blijft, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit verhinderen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad wees ook de reactie van de moeder op de conclusie van de advocaat-generaal af wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeslissing en verwijst zaak terug voor verdere behandeling.