ECLI:NL:HR:2008:BF1873
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest in verdeling huwelijksgoederengemeenschap
De vrouw dagvaardde de man voor de rechtbank Alkmaar met het verzoek de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vast te stellen. De man bestreed de vordering en stelde een tegenvordering in. De rechtbank verwees de zaak bij tussenvonnis naar de rol voor het nemen van een akte door partijen en stelde hoger beroep open tegen dit tussenvonnis.
Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde het tussenvonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank om op de hoofdzaak te beslissen. De man stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen dit arrest, maar de vrouw verscheen niet in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat het arrest van het hof een tussenarrest betreft, waartegen cassatieberoep slechts tegelijk met het eindarrest kan worden ingesteld volgens art. 401a lid 2 Rv. Omdat geen uitzondering van toepassing was, verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van de man niet-ontvankelijk en veroordeelde hem in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het tussenarrest is niet-ontvankelijk verklaard.