ECLI:NL:PHR:2010:BL5563
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over motiveringsplicht bij ontuchtige handeling en dakdekkerverweer
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor het dwingen van het slachtoffer tot het dulden van een ontuchtige handeling, namelijk het betasten van diens billen tijdens een barbecue in een café. Het hof baseerde zich op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en verdachte zelf, die toegaf de billen van het slachtoffer te hebben vastgepakt, maar ontkende seksuele bedoelingen te hebben gehad.
De verdediging voerde een zogenaamd dakdekkerverweer aan: dat verdachte geen ontuchtige bedoelingen had bij het betasten. Het hof gaf geen gemotiveerde reactie op dit verweer, wat de Hoge Raad als een motiveringsgebrek beoordeelt. De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de jurisprudentie over het begrip 'ontuchtige handeling' en de rol van de bedoeling van de dader daarbij.
De Hoge Raad stelt dat hoewel de bedoeling van de dader een rol speelt, vooral bij grensgevallen, het ontbreken van een expliciete reactie op een uitdrukkelijk onderbouwd verweer niet zonder meer tot cassatie leidt als het arrest voldoende aanknopingspunten bevat. In deze zaak oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verweer is verworpen en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing met een deugdelijke motivering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering over het dakdekkerverweer en verwijst de zaak terug.