ECLI:NL:PHR:2011:BP6460
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening en strafbepaling bij meervoudige feiten in strafzaak diefstal en poging tot diefstal
De zaak betreft een verdachte die door de rechtbank is veroordeeld voor vier feiten van diefstal en poging tot diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen met braak. De verdachte vroeg herziening aan, welke door de Hoge Raad uitsluitend gegrond werd verklaard voor twee van de vier feiten. De zaak werd terugverwezen naar het hof te 's-Hertogenbosch met de opdracht deze feiten opnieuw te behandelen en af te doen.
Het hof sprak de verdachte vrij voor de twee feiten waarvoor de herziening was toegewezen en bepaalde de straf voor de overige twee feiten op twee maanden gevangenisstraf. De Hoge Raad bevestigde dat het hof correct handelde door alleen de feiten te herbeoordelen waarvoor de herziening was toegewezen en voor de overige feiten de straf te bepalen conform art. 476 lid 2 Sv Pro.
De verdediging voerde aan dat het hof onterecht een hogere straf oplegde dan geëist, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende motivering gaf, waarbij het rekening hield met de aard en ernst van de feiten en de eerdere strafoplegging. De Hoge Raad verwierp de middelen en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de vrijspraak voor feiten 1 en 2 en de straf van twee maanden gevangenisstraf voor feiten 3 en 4.