ECLI:NL:HR:2008:BG1813
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldige vertegenwoordiging in verzet tegen dwangbevel gemeente
Eiseres werd door de gemeente opgedragen reparaties uit te voeren aan een pand, met een dwangsom bij niet-naleving. Na meerdere aanmaningen vaardigde de gemeente een dwangbevel uit. Eiseres maakte bezwaar tegen het dwangbevel en stelde verzet in bij de rechtbank, waarbij zij zich liet vertegenwoordigen door haar vader en diens advocaat.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond, en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat eiseres zich liet vertegenwoordigen door haar vader, die een advocaat inschakelde, waardoor het dwangbevel tijdig was ontvangen en de verjaring was gestuit.
Eiseres stelde cassatie in met het verweer dat de vertegenwoordiging onrechtmatig was omdat de advocaat zich nog niet had gesteld als procureur bij de verzetdagvaarding. De Hoge Raad verwierp dit verweer, oordelend dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de feitelijke waardering niet in cassatie kan worden getoetst.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het geding en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat het verzet ongegrond was vanwege tijdige stuiting van de verjaring.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzet tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard.