ECLI:NL:HR:2009:AZ2232
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over emigratieheffing aanmerkelijkbelanghouders
Belanghebbende, die in 1999 met zijn echtgenote naar België emigreerde, kreeg een navorderingsaanslag opgelegd wegens winst uit aanmerkelijk belang. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag, oordelend dat de Nederlandse emigratieheffing in strijd was met het belastingverdrag met België. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse regeling die bij emigratie de waardestijging van aandelen belast, geen dividendheffing betreft maar een heffing over vermogenswinst. Dit is niet in strijd met het belastingverdrag, dat de heffing van vermogenswinst aan de immigratiestaat toewijst. Het Hof had ten onrechte geoordeeld dat Nederland zich eenzijdig een extra heffingsrecht had toegeëigend.
Verder overweegt de Hoge Raad dat de navorderingsaanslag, ondanks schending van het EG-Verdrag door de onmiddellijke invordering zonder uitstel, rechtsgevolg behoudt omdat belanghebbende geen feiten heeft aangevoerd die dit zouden rechtvaardigen. Het incidentele beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard, het principale beroep van de Staatssecretaris gegrond en de uitspraak van het Hof vernietigd. De Hoge Raad doet het oordeel dat het Hof had behoren te doen en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten voor het Hof.
Uitkomst: Het incidentele beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard, het principale beroep van de Staatssecretaris gegrond, en de uitspraak van het Hof en de navorderingsaanslag worden vernietigd met behoud van rechtsgevolgen.