ECLI:NL:HR:2009:BG4818
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over bewijsmiddelen bij bekentenis in sociale zekerheidsfraudezaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte werd veroordeeld wegens het opzettelijk niet correct opgeven van loon en arbeidsverhoudingen aan het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen en het UWV-GUO in de periode 1999-2003.
Het hof had het bewezenverklaarde gebaseerd op een opgave van bewijsmiddelen, omdat de verdachte het bewezenverklaarde naar het oordeel van het hof duidelijk en ondubbelzinnig had bekend. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep verklaarde de verdachte echter dat hij het niet eens was met het vonnis en twijfelde aan de juistheid van zijn eerdere verklaringen.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof dat de verdachte niet anders had verklaard niet zonder meer begrijpelijk was, gelet op de verklaring van de verdachte tijdens de terechtzitting. Daarom was het hof ten onrechte volstaan met een opgave van bewijsmiddelen zonder nader onderzoek. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
De uitspraak benadrukt de juiste interpretatie van artikel 359, derde lid, Sv, dat alleen bij duidelijke en ondubbelzinnige bekentenis kan worden volstaan met een opgave van bewijsmiddelen. De zaak illustreert het belang van het hoor en wederhoor en een zorgvuldige bewijswaardering in strafzaken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.