ECLI:NL:HR:2009:BG5866
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Betekenis van eigen vermogen bij geconsolideerd minderheidsbelang in vennootschapsbelasting onderkapitalisatieregels
Belanghebbende kreeg voor 2004 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd waarbij de Inspecteur renteaftrek corrigeerde op grond van artikel 10d Wet Vpb 1969 vanwege een teveel aan vreemd vermogen. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag en verliesverrekeningsbeschikking.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de concerntoets in artikel 10d, lid 5 en 6, waarbij de vraag was of het aandeel van derden in het geconsolideerde eigen vermogen bij de berekening moest worden meegerekend. De rechtbank oordeelde dat dit aandeel niet tot het eigen vermogen behoort voor de concerntoets.
De Hoge Raad oordeelde dat het aandeel van derden wel als eigen vermogen moet worden beschouwd bij de concerntoets, mede gelet op de wetsgeschiedenis en het doel van de regeling. Een uitleg die afhankelijk is van het jaarrekeningrecht van het land van de moedermaatschappij zou ongerijmd zijn.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van de Staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen de Inspecteur ongegrond. De zaak werd zelf afgedaan door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen de Inspecteur ongegrond, waarbij het aandeel van derden als eigen vermogen wordt meegerekend bij de concerntoets.