ECLI:NL:PHR:2009:BH1986
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van limitering partneralimentatie bij niet-limiteringsbeding in echtscheidingsconvenant
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de limitering van partneralimentatie na scheiding. Partijen waren gehuwd op huwelijkse voorwaarden en sloten een echtscheidingsconvenant met een niet-limiteringsbeding, waarin de alimentatieverplichting van de man niet in hoogte of duur werd beperkt. De Wet limitering alimentatie (WLA) trad in werking op 1 juli 1994, met overgangsrecht dat na vijftien jaar beëindiging van alimentatie mogelijk maakt.
De man verzocht om beëindiging of verlaging van zijn alimentatieplicht na het verstrijken van de termijn van vijftien jaar. Het hof oordeelde dat het niet-limiteringsbeding niet door het overgangsrecht werd geraakt en wees het verzoek af. De Hoge Raad stelt dat dit oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, omdat het overgangsrecht ook van toepassing is op oude convenanten met niet-limiteringsbeding.
Daarnaast behandelde het hof het subsidiaire verzoek tot nihilstelling van alimentatie op grond van gewijzigde omstandigheden en oordeelde dat de inkomenswijziging aan persoonlijk handelen van de man te wijten was, wat door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk werd bevonden.
Het verzoek tot overlegging van financiële stukken van de vrouw werd deels afgewezen, maar de Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom dit verzoek niet ontvankelijk zou zijn en wijst terug voor verdere behandeling. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor nieuwe beoordeling, waarbij het hof het criterium van het overgangsrecht moet toepassen en de belangen van partijen moet afwegen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het oordeel dat het niet-limiteringsbeding het overgangsrecht uitsluit en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling met toepassing van het overgangsrecht.