ECLI:NL:HR:2009:BH5188
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak wegens ontbreken beslissing strafoplegging en wijst zaak terug
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 21 april 2009 uitspraak gedaan over een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. De kern van het geschil betrof de vraag of het hof na terugwijzing door de Hoge Raad een beslissing moest nemen over de strafoplegging. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte geen beslissing had genomen over de strafoplegging, terwijl het wel beslissingen had genomen over de vordering van de benadeelde partij en een schadevergoedingsmaatregel.
De Hoge Raad verduidelijkte dat het arrest van 4 juli 2006 niet beperkt was tot beslissingen over de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel, maar ook betrekking had op de strafoplegging. Het hof had dit arrest echter onjuist gelezen en daardoor nagelaten een beslissing te nemen over de strafoplegging.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest uitsluitend voor zover daarin geen beslissing over de strafoplegging was opgenomen en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing over de strafoplegging. De beslissingen over de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel werden in stand gelaten en kregen kracht van gewijsde.
Het arrest werd gewezen door vice-president F.H. Koster en raadsheren J.P. Balkema en B.C. de Savornin Lohman.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens ontbreken van een beslissing over de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting van dat onderdeel.