ECLI:NL:HR:2006:AW2536
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens ontbreken beslissing over schadevergoeding benadeelde partij
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te Leeuwarden de verdachte veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf voor diefstal door twee of meer verenigde personen met braak. De benadeelde partij, een vennootschap onder firma, had zich in eerste aanleg als benadeelde partij gevoegd en een schadevergoeding van € 5.955,08 toegewezen gekregen.
Volgens artikel 421, tweede lid, Sv duurt de voeging van de benadeelde partij die in eerste aanleg heeft plaatsgevonden van rechtswege voort in hoger beroep voor zover de schadevergoeding is toegewezen. Het hof heeft echter nagelaten een met redenen omklede beslissing te nemen over de vordering van de benadeelde partij in hoger beroep, hetgeen in strijd is met de artikelen 335 en 361, vierde lid, in verbinding met artikel 415 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim leidt tot vernietiging van het arrest voor zover het betreft de beslissing over de schadevergoeding en de strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van deze onderdelen. Het beroep van de verdachte wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het geen beslissing bevat over de schadevergoeding en de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.