ECLI:NL:HR:2009:BH9191
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tax sparing credit en verrekening buitenlandse bronbelasting volgens Verdrag Nederland-Brazilië
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap, had in 1997 rente-inkomsten uit deposito's bij Braziliaanse banken, waarop geen daadwerkelijke bronbelasting werd ingehouden maar die volgens het Verdrag geacht werd 20% te bedragen (tax sparing credit). Omdat in 1997 en de jaren daarna geen positief belastbaar resultaat was, kon deze fictieve bronbelasting niet worden verrekend met de Nederlandse vennootschapsbelasting.
In 2001 werd wel een positief resultaat behaald en stelde belanghebbende recht te hebben op verrekening van de voortgewentelde tax sparing credit. De Rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond, stellende dat verrekening alleen mogelijk is in het jaar waarin daadwerkelijk buitenlandse inkomsten zijn genoten, conform de beleidsregels en het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Het Verdrag verplicht Nederland niet tot verrekening van bronbelasting in een ander jaar dan waarin de buitenlandse inkomsten zijn begrepen. Ook het OESO-Commentaar en de positie van Brazilië ondersteunen niet de door belanghebbende bepleite verrekening. De Hoge Raad acht geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; geen recht op verrekening van tax sparing credit in een jaar zonder buitenlandse inkomsten.