ECLI:NL:HR:2009:BI1248
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over aanvang looptijd 30%-regeling voor verkeersvlieger werknemer
Belanghebbende, een Belgische verkeersvlieger, was sinds 9 februari 1995 in dienst bij een Nederlandse werkgever. De Inspecteur beperkte de toepassing van de 30%-regeling tot de periode 1 januari 2003 tot 31 januari 2005. Het hof oordeelde dat de maximale looptijd van tien jaar van de regeling pas vanaf 1 januari 2001 zou aanvangen, omdat belanghebbende vóór die datum niet als werknemer in de zin van de loonbelasting werd beschouwd.
De Hoge Raad stelt echter dat de looptijd van de 30%-regeling moet worden berekend vanaf de feitelijke eerste dag van tewerkstelling, ongeacht of de werknemer toen al als zodanig werd aangemerkt volgens de loonbelasting. Dit omdat de regeling is bedoeld om extra kosten te compenseren die voortvloeien uit tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond. De zaak wordt zelf afgedaan, waarbij de maximale looptijd van de 30%-regeling aanvangt op 9 februari 1995, de feitelijke eerste dag van tewerkstelling.
De Hoge Raad acht geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt hiermee de rechtszekerheid omtrent de toepassing van de 30%-regeling voor ingekomen werknemers met specifieke deskundigheid.
Uitkomst: De maximale looptijd van de 30%-regeling begint bij de feitelijke eerste dag van tewerkstelling, ongeacht de formele kwalificatie als werknemer.