ECLI:NL:HR:2009:BI1508
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt werkgeversaansprakelijkheid voor psychische schade volgens art. 7:658 BW
Deze zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen eiser en ABN Amro Bank N.V. waarbij het ging om werkgeversaansprakelijkheid voor psychische schade op grond van artikel 7:658 BW Pro. De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 11 maart 2005, waarin het arrest van het gerechtshof Amsterdam werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar het gerechtshof 's-Gravenhage.
Na verdere behandeling heeft het hof bij eindarrest van 16 februari 2007 het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd voor zover de vordering tot vergoeding van repatriëringskosten was afgewezen. Het hof veroordeelde ABN Amro tot betaling van de gemaakte kosten van repatriëring ad € 7.969,50 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 juni 2001.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad achtte de aangevoerde klachten onvoldoende om tot cassatie te leiden en zag geen noodzaak tot nadere motivering. Tevens veroordeelde de Hoge Raad eiser in de kosten van het cassatiegeding.
Deze uitspraak bevestigt de werkgeversaansprakelijkheid voor psychische schade en onderstreept de verplichting van de werkgever tot vergoeding van kosten die voortvloeien uit die aansprakelijkheid, zoals repatriëringskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van ABN Amro tot vergoeding van repatriëringskosten.