ECLI:NL:HR:2009:BI3451
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen verboden staatssteun bij vrijstelling overstappassagiers vliegbelasting
In deze zaak stond centraal of de vrijstelling van overstappassagiers (transferpassagiers) van de Nederlandse vliegbelasting een verboden staatssteun vormt in de zin van artikel 87 lid 1 en Pro artikel 88 lid 3 van Pro het EG-Verdrag. Maastricht Aachen Airport (MAA) en Ryanair voerden aan dat deze vrijstelling Schiphol en Air France-KLM bevoordeelt en daarmee in strijd is met het EG-Verdrag.
De rechtbank en het gerechtshof hadden reeds geoordeeld dat de vrijstelling niet onmiskenbaar een steunmaatregel vormt. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de regeling een algemene maatregel is die op alle luchthavens in Nederland gelijkelijk van toepassing is. Het feit dat sommige ondernemingen meer profiteren, maakt de regeling niet selectief. Bovendien is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Schiphol en Air France-KLM daadwerkelijk een economisch voordeel genieten ten opzichte van MAA en Ryanair.
De Hoge Raad benadrukt dat de vrijstelling van overstappassagiers niet zonder meer leidt tot een ongeoorloofde bevoordeling, mede omdat de belasting kan worden doorberekend aan passagiers en de luchthavenexploitant recht heeft op teruggaaf indien betaling uitblijft. De zaak betreft een kort geding, waarin diepgaand economisch onderzoek niet mogelijk was, maar de voorlopige conclusie van het hof wordt niet onjuist bevonden.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van MAA en Ryanair en veroordeelt hen in de proceskosten. Hiermee wordt de vliegbelastingregeling met de vrijstelling van overstappassagiers gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat de vrijstelling van overstappassagiers geen verboden staatssteun vormt.