ECLI:NL:HR:2009:BI4205

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/11097
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:201 lid 1 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging onderhoudsverplichting als tegenprestatie in huurrecht

Impala Auto's B.V. en een medeeiser hebben in kort geding een vordering van [verweerder] c.s. bestreden die hen dwong tot ontruiming van bepaalde percelen binnen twee weken na vonnis. De voorzieningenrechter wees de vordering toe, welke beslissing door het hof werd bekrachtigd. Impala c.s. stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd.

Hiermee werd het beroep van Impala c.s. verworpen en zijn zij veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, met een nihil aan de zijde van [verweerder] c.s. De uitspraak bevestigt de bedongen onderhoudsverplichting als tegenprestatie in het huurrecht conform art. 7:201 lid 1 BW Pro.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Impala c.s. wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

10 juli 2009
Eerste Kamer
07/11097
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. IMPALA AUTO'S B.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Impala c.s. en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] c.s. hebben bij exploot van 8 maart 2007 Impala c.s. in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, Impala c.s. op straffe van een dwangsom te veroordelen om binnen twee weken na betekening van het vonnis van de voorzieningenrechter de in de inleidende dagvaarding genoemde percelen geheel te ontruimen en te verlaten en ontruimd te houden.
Impala c.s. hebben de vordering bestreden.
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 13 maart 2007 de vordering toegewezen.
Tegen dit vonnis hebben Impala c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 22 juni 2007 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Impala c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor Impala c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Impala c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.