ECLI:NL:HR:2009:BI5668
Hoge Raad
- Cassatie
- F.A. Koster
- J.P. Balkema
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafmotivering ondanks verwijzing naar niet-tenlastegelegd feit
In deze zaak stond verdachte terecht voor bedreiging van het slachtoffer met een misdrijf tegen het leven gericht op 25 oktober 2006 te Bergen op Zoom. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte dreigend had gezegd dat hij een pistool kon regelen en het slachtoffer door het hart zou schieten.
Het cassatiemiddel klaagde dat het hof in de strafmotivering ook een niet-tenlastegelegd feit had betrokken, namelijk dat verdachte in september 2006 een getuige telefonisch met de dood had bedreigd. De verdediging stelde dat dit feit niet was bewezen en niet ten laste was gelegd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof met de aangevallen overweging niet het niet-tenlastegelegde feit als bewezen had beschouwd, maar deze had betrokken als nadere uitwerking van de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde feit was gepleegd, namelijk in het kader van een conflictueuze relatie met de jeugdhulpverlening.
Het middel faalde daarom en het cassatieberoep werd verworpen. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering, mede gelet op het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en bevestigt dat verwijzingen in de strafmotivering naar niet-tenlastegelegde feiten niet per definitie tot cassatie leiden indien deze slechts een nadere context bieden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.